vrijdag 3 april 2020

Triage unit

Ik was alleen in de auto op het parkeerterrein van het hospitaal
de zon waaide langs de toyota's
Jij was als mijn laatste opgeslokt
door het ondoordringbare
dat achter de palissade broedt.

Er stond wel een type voor de toegang
verpakt in plastic en latex
ogen misschien
achter een dikke bril
een mond zou kunnen
onder dat kapje.

Zo zonder teken van welwillendheid
vermoedde ik al lang geen mensen meer.

Ik leefde teruggetrokken op het parkeerterrein
waar de zon langs de toyota's waaide
Als mijn leven daar zou eindigen
besloot ik
tenminste het bouwwerk van mijn fort
na te laten aan de dwalende zielen
die onopslokbaar
achter zijn gebleven
op het parkeerterrein van het hospitaal
waar de zon langs de toyota's waaide.

In mijn duel met de dreiging
geloofde ik in helemaal niets
nooit zou ik alleen naar huis toe rijden
mijn huis was opgehouden met bestaan
de mensheid zelf was een verzinsel
de aarde niet meer dan een verwaande mandarijn
ik was alleen op het parkeerterrein van het hospitaal
de zon waaide langs de toyota's
Ik leefde, ik dronk, ik wachtte
tot mijn verbeeldingskracht
je bij me terugbracht
van achter de palissade
terwijl de zon nog steeds langs de toyota's waaide.

donderdag 2 januari 2020

Over 2019



Remco heeft een lijstje in zijn telefoon. Van feiten die moeten worden opgezocht of gestaafd op een later tijdstip. Ik zou willen dat ik ook zo'n lijstje had, zodat ik eindelijk eens de vraag opzoek die ik nu al maanden in mijn hoofd laat spoken: Hoe ver weg is de zon ook alweer? 2019 was een heel donker jaar. Weliswaar kregen we tussen Nieuwjaarsdag en het einde van Braffal er 2,5 uur zonlicht bij maar het duister liet zich 's morgens vroeg voorlopig niet verjagen en diende zich elke avond stipt weer aan. In 2019 dacht ik steeds aan mannen die voor straf een stropdas moeten dragen, zoals tramchauffeurs en rijksambtenaren. Ik dacht steeds aan die mannen omdat ik geen van hen van dichtbij ken maar ik toch volschiet als ik er weer eens ergens één zie staan. Waar zou de straf voor zijn denk ik dan? Is het een gulzigaard of een account manager, een controller, of een wellusteling? En die stropdas is slechts een teken, misschien zit hij daarnaast nog wel de hele dag naast een stinkyup in een airport-lounge. Toen het in 2019 eindelijk lichter werd heb ik door de straten in de buurt gelopen. 's Morgens heel erg vroeg. Helemaal alleen, want Remco leeft als een kamerplant op kunstlicht en wordt nooit wakker van de zon. Vrijwel helemaal alleen want slechts ik en de schimmen lopen hier 's morgens vroeg op straat. Amsterdam-Oost staat door de week om half acht op en in het weekend om kwart over negen. Dat is tenminste mijn beeld van dit afgelopen jaar. In de zomer van 2019 leek de wereld 's morgens vroeg gewrongen. De straten zijn leeg, het zonlicht schijnt vanaf de verkeerde kant. Ik dacht aan wat de huizen doen, behalve daar maar zo'n beetje staan. En hoe ver weg is de zon hier ook alweer vandaan. En wat nou als ik een drone kon zijn en drie meter boven straatniveau langs de ramen kon glijden. Wat zouden de huizen daarvan denken? Ook heb ik in 2019 heel veel woorden niet opgeschreven maar ze zijn er wel geweest. Er is her en der wel een verhaaltje ontstaan, gekrabbeld in één van de boekjes die ik van Merel kreeg, maar toen het weer donker werd in 2019 heb ik steeds gewenst dat ik een lijstje had, in mijn telefoon en wist hoe ver weg de zon hier vandaan staat. 



woensdag 4 december 2019

De komst van de kitten

Illustratie Wilfred Ottenheijm



Vandaag haal ik een kitten om je op te vrolijken. Ik hoop dat hij je het bed uitlokt met zijn onweerstaanbare kittenachtigheid. En die kitten zal sowieso wel een warme slaapplek bij je vinden. Warm en pluizig zijn de dekens waar je nog onder ligt als ik de deur uitga.

Het is best zonnig op het eiland. Ik wandel met de wind mee door de duinen in de richting het dorp. Het eiland zelf is eigenlijk van zandbank, aan de westzijde verdween er elk jaar ruim een meter en aan de oostzij kwam die meter er weer bij. Zo wandelde het eiland eeuwen door de zee.
Nu echter is dat allemaal voorbij. Het eiland krimpt aan alle kanten en zal door de zee als een oester worden opgeslokt. Over honderd jaar, zeggen ze, maar misschien zijn het er nog maar tien.

Midden in de zomer, een maand of wat geleden, luidden de klokken de hele nacht door. Ik droomde van tijden waarin schepen vergingen maar jij sprong uit bed en drukte de radio aan. Het was het eiland hiernaast, het andere eiland, dat door het springtij en zee die ooit voor ons allen komt, doormidden werd gekliefd. Het andere eiland is er nu twee en de middenstreek is zompige drab. Nu was dat eiland ook langgerekt en kwetsbaar. Dit eiland, óns eiland, is compact en rond en zal zich heus niet zomaar laten klieven. Maar toch, die nacht werden 'nog honderd jaren' er misschien wel minder dan tien.

De korte weg naar het dorp is dwars over de begraafplaats heen. Eén van de drie begraafplaatsen die er op het eiland zijn. Deze ligt vol jonge mensen die in een oorlog uit de lucht vielen of zijn aangespoeld. Als het eiland vergaat zullen ook zij verzwolgen worden door de zee.
Als het lang genoeg duurt, langer dan tien jaar, zal ik ook in mijn graf verzwolgen worden. Het is een heerlijke dag om te bedenken dat ik én op mijn eiland én in de zee begraven kan worden.

In het dorp doe ik inkopen bij Aaltjes Groente, Fruit en Fournituren. Ze vraagt me of je al weer eens je bed uit bent gekomen. Ik vertel haar dat je je krachten spaart omdat je er zo graag bij wilt zijn als ons eiland vergaat. Aaltje zegt dat ze me niet aardig vindt omdat ze nooit weet of ik het nou zo meen. Ik zeg haar dat ik hoop dat ze toch haar mooiste appels voor ons uitzoekt, ook al ziet ze me niet graag.

In de verte zie ik de middagboot al aankomen, volgeladen met mensen die nog eenmaal dit stervende eiland willen bezoeken.
Toen we het erover eens werden dat ons eiland zou vergaan vertrokken de kleine kinderen het eerst, dus werden we vroeg oud. Op het eiland is geen plek meer om dynastieën te plannen.

Toch zal ik één van die bezoekers vandaag nog een huis verkopen. Ze wil de ondergang van dichtbij aanschouwen. Ik verschaf de huizen die ik verkoop bijkomend een reddingsboot op het dak. Hoewel ik heus wel weet dat de meeste mensen de moed al zullen opgeven zodra hun kelder verzakt. Maar voor ik aan het werk ga, zal ik eerst die zwarte kitten ophalen.
Om je mee op te vrolijken.




Dit verhaal met illustratie is eerder gepubliceerd in Zone5300 nummer 122 - najaar 2019

zondag 3 november 2019

Kristalijner fluisterliedjes

De meerling

één van ons is weggebracht
één van ons is gestolen
één van ons is opgehaald
één van ons is kwijtgeraakt
één van ons is opgegroeid
één van ons is teruggekomen


Achter de duistergrens


Mijn haar is blauw 
Mijn bloed is rood
Mijn boot is zuiver wit


Tot op de duistergrens 
Tot op de duistergrens
voorbij de groene maan


Daar bons mijn hart
Daar stilt mijn stem
Daar krimpt mijn ziel ineen


Achter de duistergrens
Achter de duistergrens
voorbij de groene maan


Mijn haar is zwart
Mijn bloed is nat
Mijn boot is doodgeslagen.

donderdag 21 februari 2019

Blue Monday

Het blijkt dat ik vaak in wachtkamers van ziekenhuizen schrijf, maar soms doe ik het ook gewoon thuis. 



Er is een bos hoewel ik vaak denk aan de zee, is er een bos, een woud aan de rand van een beschaving, en in die beschaving heb ik een gebouw van eindeloze gangen en hoge zalen en wenteltraptorentjes bevaren.



Het kille buitenwereldlicht bekijkt me door de ruiten.
In de vensterbank staat een kopje thee agressief te stomen.
De boekenkast gaat gebukt onder rijen pockets, vol achterhaalde essays van obscure filosofen.
Ik ben zo keurig verpakt in mijn appartement.
Ik moet haast wel de huiskat zijn.

Illustratie door Maaike Hartjes.



Die blik die je me zojuist gaf
die hoort in een kamer van een academisch ziekenhuis
als je in zo'n onbeschadigbare stoel zit
met alleen een broek aan af te wachten
tot de verpleegkundige die je net heeft afgesponsd
zich omdraait met je bovenkleren
en dat in plaats daarvan ik plots in je kamer sta.

Dan mag je me met zo'n blik aankijken.
Je kunt niet hier, midden in het leven
terwijl je me passeert
in zo'n blauw gestreepte joggingbroek van adidas
een beroep doen op mijn mededogen
Ik moet, geloof ik, in de kamer hiernaast zijn,
bedoel ik maar.

vrijdag 4 januari 2019

De nacht van Zwarte Roos



Illustratie door Janneke As



Ik ben opgegroeid als jongste kind in een gezin dat verder bestond uit een een moeder en een vader, twee ontiegelijk grote broers, een poes, een illegale roodwangschildpad, een stuk of wat parkieten, goudvissen, twee konijnen, drie geiten en een enkelspans mensportmerrie, maar die was eigenlijk van een parelmevrouw die verderop in het bos woonde en haar eigen weiland te nat vond voor haar paradepaardje en bovendien vond Zwarte Roos het bij ons toch veel gezelliger, zelfs toen haar domein werd omheind met schrikdraad.
Ik weet eigenlijk niet wie voor al die beesten zorgde maar ik vemoed één van de ontiegelijk grote broers en dan waarschijnlijk die ene met ADHD want de goudvissen stonden bij de andere uit de klauwen gewassen broer op de kamer en die gingen om de haverklap dood.
Mijn ouders zorgden in elk geval niet voor de dieren want die hadden allebei banen en meditatieweekenden en hockey en bardiensten op de tennisclub en bovendien zorgden ze al voor ons. Ik herinner me tenminste hoe mijn vader elke zaterdag al mijn haren uitborstelde en dat we op vaste tijden te eten kregen.
Voordat het paard, de schildpad en de geiten er waren vonden mijn broers het leuk om mijn poppen open te zagen om te kijken hoe ze er van binnen uitzagen. Die poppen waren vroeger van henzelf geweest, in het kader van de genderneutrale opvoeding. Die opvoeding hield mij een tijd lang in de waan dat ik misschien wel groter en sterker zou worden dan mijn broers als ik maar net zoveel boterhammen met pindakaas at. Mijn broers waren de poppen in ieder geval al heel stoer ontgroeid en ik begreep heel jong wat onthechting was.
De nieuwe dieren kwamen toen de poppen op waren geraakt en mijn broers ontdekten al snel nieuwe gruwelspelletjes met het schrikdraad van de omheining. Nadat ze zichzelf afdoende hadden verwond op gevoelige plekken kregen ze het idee dat mijn gouden krulletjes onder de juiste spanning wel eens heel mooi omhoog zouden kunnen gaan staan. Die dag leerde ik hoe je de stroom van het schrikdraad uit kon zetten zonder dat iemand het merkte. Die nacht droomde ik van wilde galop die steeds dichterbij kwam en zich daarna weer verwijderde. De volgende morgen bleek dat Zwarte Roos die nacht was uitgebroken en in prachtige cirkels om ons huis was gerend en daarbij het keurige gazon voor ruim 20.000 guldens had beschadigd. Vanaf die dag hadden mijn grote broers een ontiegelijk ontzag voor het schrikdraad en ik meende even dat er een soort rechtvaardigheid in het leven was. Later bleek nog dat het paard een aansprakelijkheidverzekering had en toen kreeg ik een eigen kitten.

donderdag 8 november 2018

De Verkluwer



Als het donker wordt loop ik langs de fietsen in de straat en doe ik al hun lichtjes aan.
Ik zoek de dunne paperbacks uit de straatboekenkast en stuur ze naar de belastingdienst in hun voorgefrankeerde antwoordenvelop.
Ik ben een ontregelaar, een verkluwer, een goedaardige, meestal.
Ik bak verse broodjes voor mijn vijanden en eet ze zelf op.
Bij Starbucks laat ik Lucebert op mijn beker schrijven.
Ik sta graag tussen stellen in, als het even kan, bijvoorbeeld in de tram.
Als mijn paranoïde blowerbuurman van huis is zal ik zijn naam in chocoladeletters door zijn brievenbus duwen.
En als je op Valentijnsdag 'per ongeluk' een bos rozen ontvangt die bestemd zijn voor je collega komt dat vast door mij.
Cupido is een verkluwer, net als Sinterklaas.
Het zijn natuurlijk weer mannen die er beroemd mee zijn geworden.

Ik stond in de dierentuin en daar gelden regels waar ik me dikwijls aan hou.
Bij vier pissende beesten ben je af en moet je de tuin verlaten. Of als je meer dan twee rode vari's ziet poepen. De poep van rode vari's is vaak paars omdat die pluizebeesten zo graag rode bieten eten. Rode bieten zijn zelf ook paars, net als rode kool. Ik denk dat er al bieten waren voor het woord paars ontstond. In de schepping kwam de kleur rood nu eenmaal als eerste. Blauw was ook een latertje. Homerus noemt die helblauwe mediterranée geduurde de gehele Odyssee namelijk nog gewoon wijnrood. Maar misschien is dat omdat ook hij een verkluwer was.

Ik stond bij het olifantenverblijf en ik keek naar een bolus. Ik twijfelde over wat de regels voorschrijven bij één bolus, tot het reusachtige dier zijn staart optilde en er een klaterval van dampende urine onderuit liet stromen. Op dat moment wist ik weer wat de regel was en begreep ik de pijn die zich sinds de morgen in mijn onderbuik uitbreidde. Olifanten visualiseren nu eenmaal graag boodschappen van mijn onderbewuste.

Die zondagmiddag piste ik bij de huisartsenpost met veel moeite een dun laagje in een plastic potje. Het zag er uit als rode limonade of als wijn met water erdoorheen. Beide zal ik mijn vrienden binnenkort eens voorzetten, ter verkluwing.

De dienstdoende arts stopte een teststrookje in de limonade en stelde de blaasontsteking vast. Hij zei dat hij wel een antibioticakuur kon voorschrijven maar dat het heus niet altijd noodzakelijk was. Hij had in elk geval eerst nog wat vragen. Zoals of ik de laatste dagen nog seks had gehad? Wilde seks? De smeerlap was lang als een laken. Ik wist dat er met een 'ja' of een 'nee' niets te verkluwen viel. Voor straf vertelde ik een heel saai seksverhaal en onder tafel haalde ik zijn balpen alvast uit elkaar.

Ontkluuw-fetishisten. Ze zeggen je te gaan helpen heldere inzichten te vergaren. Soms willen ze zelfs de mogelijkheden voor je op een rijtje zetten. Afschuwlijk.

Even later verliet ik de spreekkamer met een Amoxicilline-recept. Op de gang hing een Artis-fotoprint van Mumba, het olifantenkalfje dat op 4-jarige leefdtijd aan het elephant endotheliotropic herpesvirus was overleden. Hier was ik iets kwaadaardigs op het spoor.
Hoewel het nog lang niet donker was deed ik buiten van alle fietsen de lampjes aan en wreef ik de handvatten in met mandarijn.




Dit verhaal draag ik op aan Dirty Sandra

vrijdag 29 juni 2018

Zomerdag



Deze zomerdag is zo uitbundig zomerdag, zelfs mijn 'stadstuin' van 3 bij 6 onttrekt zich niet aan de zichtbare zindering van de lucht, het gezoem van insectachtigen en het gejuich van het basilicumplantje dat ik in zo'n warme zonnestraal heb gezet. Op de schutting slaapt onze rode kater. Alles doet wat het hoort te doen. Een duif vliegt naar zijn vrouw in het nest op de gietijzeren draagconstructie van het bovenbuurmanbalkon. Ik vervloek hem, de schlemiel.
Ik weet wel dat de dieren zich niet kunnen ontworstelen aan hun rituelen, en dat we het daarom geen rituelen mogen noemen.
Ik veracht die duiven, ik respecteer de ratten meer. Over de ratten liggen folders in de brievenbus, en in die folders staan woorden als 'plaag', 'gevaar', 'bijten' en 'intelligent'. En die duifjes, die argeloze onbenullen, die bouwen hun nestje anderhalve meter boven de chill-out spot van twee moorddadige katten. Mijn katten. Die zelfs zonder al te veel moeite zo'n pernicieuze rat omleggen, zie daar dat kerkhof in het hoekje bij de schutting.
Er is maar één ding dat die duifjes met hun pasgeboren jongen voor een slachtpartij beschermt. Een ritueel, elke morgen uitgevoerd, meestal om tien over acht, met kattenvoerbakjes en een zakje 'gevogelte in saus'. Vanmorgen was ik wat laat, en vond ik de cyperse poes al halverwege de gietijzeren draagconstructie. De mens kan zich zo gemakkelijk aan zijn rituelen ontworstelen.
Ik hoef alleen maar iets niet te doen, en dat is dan het einde van dat duivennest.
De vrijheid van de mens is ontstellend.


woensdag 13 juni 2018

Vroegemensen


's Morgens komen de vroegemensen vergeten stukjes muur afslijpen, stopcontacten uithalen, afdekken, smeren, stukadoren, sausen. De woorden van de week.

Ik trek mij terug achter de stapels dozen om boze brieven te tikken naar de opdrachtgevers van hun bazen. De woorden van de week zijn weken te laat en mijn stapels dozen morren.
Om 06:45 dreig ik als een feeks met schadeclaims en daarna schenk ik de koffie uit.

De vroegemensen zijn eigenlijk vóórdefilemensen, verklaren ze: "Wij zijn zó vakbekwaam, wij worden uitbetaald in ongeslapen ochtenduren. De aanblik van de kringen onder uw ogen accepteren we als fooi." 
 
's Middag zullen de opdrachtgevers van de bazen misschien gaan bellen. Ik bouw een hoge toren van mijn stapels dozen. Om van af te blazen. 



maandag 26 februari 2018

Maandag

Het is gewoon een maandag maar op zondag zou ze één jaar geworden zijn en vandaag wordt ze in een rieten mandje door haar jonge ouders de zaal ingedragen.
Een zaal vol mensen zo stil dat je ze van binnen kunt horen trillen. Op zondag was het hier nog een biologisch restaurant en droeg het personeel dezelfde zwarte 'save the bees' T-shirts.
Als ik later naar het dode meisje in het mandje kijk en met mijn ogen knipper meen ik de Walküren te zien die het kindje uitgeleide doen over de Jordaanrivier om te ontkomen aan een paranoïde moordlustige koning.
Nog later deze maandag zit ik naast mijn oma, die samen met het overleden kindje wel een eeuw oud is. Ze vertelt me van haar moeders dood, op leeftijd, na de lunch, in een stoel, een hartstilstand, maar dat was dus op een dinsdag.