Tram 6 is een beeldverhaal van tekenaar Jan Cleijne op scenario van Jantiene de Kroon. De strip is gepubliceerd in Zone5300 nr 121
Blog van Tiene
Verhalen en andere teksten van Jantiene de Kroon.
dinsdag 17 februari 2026
zondag 17 maart 2024
Lieve Jim
Maart 2024
In maart denk ik vaak aan Jim van Hans Lodeizen, die piepjong gestorven dichter. In mijn leven gaan er in maart veel mensen dood, vaders, vrienden, verre familieleden. (Hoewel er ook een enkeling bij zit, die in de hitte van augustus stierf.) Ik hobbel van uitvaart naar memoriam door de stadsparken in bloei en langs het glanzen van de nieuwe wijken aan het water. Er zit een kraai tussen het ontspringen van de knoppen in de bomen. Ik probeer hem te fotograferen voor instagram mijn feed stroomt meteen vol gruwelijk gestorven kinderen in Gaza en ik denk aan Jim.
Jim ik zou willen weten
wat maakt het de moeite waard
dat je door blijft schrijven
brieven, opstellen en gedichten
waarin je de wereld aanprijst
en deskundig schat als een koopman.
hoe komt het dat je niet moe
wordt en de ogen dicht doet en
denkt ik wou dat ze allemaal
naar de hel gingen met hun
kletspraatjes en door blijft schrijven
brieven, opstellen en gedichten
waaruit ik je herken en waardoor
ik je tegenkom lachend
en mij moed insprekend
want ik ben heel moe en terwijl
ik spreek glijdt hoop uit mij vandaan.
Jim wat maakt het de moeite waard
dat je door blijft schrijven
brieven, opstellen en gedichten... etc.
zondag 8 oktober 2023
Helios
Het was zowat nog half september toen we midden in de nacht naar Schiphol vertrokken. Een ware verschrikking om zo vroeg op te staan, maar als je dan toch gaat vliegen kun je er maar beter zoveel mogelijk onder lijden. Zoiets moet ik hebben gedacht bij het boeken van de reis. We vlogen naar de Cycladen, de zonsopgang tegemoet. De eerste van vier ochtendglorens die we als toerist hebben aanschouwd.
De tweede was op een morgen in Perissa aan de oostkant van Santorini.
We zijn om kwart voor zeven naar het strand gelopen voor de rozevingerige dageraad, wat al een hele beleving was. Het was al zeker 25 graden op het koudste uur van de ochtend en we hebben ons naar boven gehaast, de berg op.
Op 366 meter hoogte ligt de oude stad Thera, gesticht door de Doriërs, later bevolkt door Spartanen. Ik schreef net wel ‘naar boven gehaast’ maar we zijn natuurlijk bergbeklimmers van niks. Volgens de reisgids zou de 'wandeling' zo'n anderhalf uur duren maar wij hebben er gerust tweeënhalf over gedaan. De stad en het uitzicht zijn ontzagwekkend, zelfs voor iemand die meer van Minoërs dan van Doriërs houdt.
We zijn in ruim een uur tijd afgedaald aan de andere kant van de berg, in Kamari, waar we met een bootje om de berg heen voeren, terug naar Perissa, maar toen scheen de zon al op zijn heetst.
De derde zonsopgang was het meest roze. We zagen haar op het eiland Thirassia, toen we wederom een vroege boot hadden, om ons in de grote veerhaven op een gigantische Seajet naar Syros in te schepen.
Op Syros was Animasyros, en daar kon men in drie morgens onze workshop volgen, dus toen hadden we geen tijd voor zonsopgangen. Wel voor ondergangen, rond een uur of half acht, als we ons naar de voorstellingen haasten.
Op Syros zagen we alleen op zondag de zon opkomen. De nacht ervoor was het eindfeest, waar ik niet lang gebleven was, in de ijdele hoop een opkomende keelontsteking de kop in te drukken. Maar Remco had genoeg stem om nog urenlang over politiek en animatie te praten met de Israëlische delegatie. Tegen het ochtendgloren kwam hij bij ons hotel aan. We dronken samen thee op het balkon en zagen Helios op zijn zonnewagen langs de hemel scheren.
Daarna zijn we nog een dag in Athene geweest, waar we, tussen duizend toeristen, de Areopagos beklommen. Toen was het tijd om terug te keren. Onder de airco van het vliegtuig kwam mijn keelontsteking pas tot volle bloei en vol koorts kwam ik eindelijk thuis. Als je dan toch wilt vliegen kun je er maar beter zoveel mogelijk onder lijden. Vandaag heb ik in Amsterdam de zon zien opkomen. Hier is dat ook verschrikkelijk mooi, en inmiddels op een schappelijk tijdstip.
vrijdag 22 april 2022
De dagen na Pasen 2022
Ik zou eigenlijk pas donderdag de uitslag krijgen. Nu was het dinsdag, in de behandelkamer van de specialist, die zorgvuldig een hechtingsdraad uit mijn arm trok. De operatiewond was vorige week gaan ontsteken en ze had me al op een ongenadig schema van antibiotica gezet, 4 keer per dag, op nuchtere maag. Ik wilde vertellen hoe ik de week was doorgekomen, met mijn eigen medicijnen en ook die van de kater die twee keer daags antibiotica behoefde en eenmaal pijnstiller, en dat de poes plots achteruit ging, dat ik haar die dag had laten opnemen. Want dat was mijn wereld die week: wanneer moet wie welke pil en met welk effect. Maar voordat ik kon beginnen met klagen keek ze me indringend aan en zei dat ze de uitslag al binnen had gekregen: geen nieuwe kanker gevonden, alleen goede cellen deze keer.
Ik kon de poes gaan ophalen bij de dierenarts, ernstige bloedarmoede was haar oordeel. Poes Tiene had zuurstof gekregen, vocht, antibiotica en Prednison en zou die nacht opknappen of er onderdoor gaan. Woensdag wilde Tiene weer eten en geaaid worden. Eten als in zelfstandig voer uit haar bakje bikken en niet, zoals het ging de laatste dagen, uitsluitend kleine beetjes zalmmousse van mijn vingers likken. Ze bleef wel in de kast onder mijn jurken liggen, ook al hield ik haar voor dat ze een week eerder nog gewoon over de schutting rende als er een mogelijke kans op zalmmousse was.
Donderdagochtend, op het tijdstip waarop ik eigenlijk de uitslag had moeten krijgen, belde ik de dierenarts om haar laatste afspraak in te plannen. Want ze wilde niet meer. Ze ging eronderdoor.
Nu hebben we nog maar een rode kater, die eenmaal daags een pijnstiller krijgt.
donderdag 13 augustus 2020
Oma is zo onvoorstelbaar oud geworden
Op 3 augustus overleed mijn Oma, deze tekst las ik voor op haar uitvaart:
Oma werd 101 jaar en woonde driekwart daarvan in hetzelfde huis. Ze was er na de oorlog ingetrokken omdat het als enige nog ongeschonden glas in de kozijnen had. Dit huis veranderde de laatste jaren steeds verder in een ziekenzaal, compleet met een po-stoel en een tilmachine. Maar ik weet nog waar ooit de naaimachine stond. Daar maakte ze voor mij eindeloos veel kinderkleren.
Oma was al zeven jaar oma voordat ze ook míjn oma werd. Ik denk dat ze bij het bericht dat er een kleindochter was geboren, onmiddellijk achter de naaimachine dook. Na haar vier fantastische kleinzoons kon ze nu eindelijk los.
Jurken in roze, blauw, geel en paars, jurken met strikjes en knopen en zelfs een ceintuur met vissen erop geborduurd. Oma ging met mij om zoals ik speelde met mijn babypop en ik liet het mij welgevallen. Ik was immers de best geklede kleuter op Het Mierennest.
Oma werd 101 jaar en woonde driekwart daarvan in hetzelfde huis. Ik probeerde het me voor te stellen:
al die jaren maakt het licht van de zon exact dezelfde baan door je kamer en het ijle blauw van de lucht weerkaatst identiek in het raam. Ken je na al die jaren nog het verhaal achter elke kras op het parket? Liggen je sokken dan al 75 jaar in dezelfde la? Staat er achterop een kelderplank nog een blik perziken uit 1974? Na hoeveel jaren ken je alle tegels van de stoep, wanneer kun je de stemming van de bomen aflezen aan hun bladerdek? En weet je van elke mus waar zijn familie woont? Ik vroeg Oma ernaar maar meestal hield ze het op een tamelijk opgewekt ‘Nee hoor’ en bood ze nog meer koffie aan.
Natuurlijk kun je op de Terrasweg in Santpoort, net als overal, de tijd verdrijven: Buurtkinderen worden groot, mensen verbouwen en verhuizen, een andere kleur gordijnstof wordt modieus. In een onnavolgbaar patroon worden broeken strakker en wijder en op een dag ben je ruim in de negentig en koop je een gloednieuwe skinny jeans.
Oma is zo onvoorstelbaar oud geworden.
En hoewel ik probeerde haar wereldbeeld te duiden begreep ik pas laat dat je Oma’s echte leven het best kunt aflezen aan de inhoud van haar kledingkasten. Daar hangt haar vakmanschap, haar antwoord op de tijdgeest, haar liefde voor kleur en lijn, rijen lang, met drie stuks op een haakje. Oma was triomfantelijk toen ze de honderd haalde, maar met nóg meer voldaanheid vertelde ze me ooit hoe ze bruidsjurken naaide van parachutestof in de jaren van schaarste na de oorlog.
Haar oeuvre bestaat uit jasjes, bloesjes, pantalons en hoogtepunten zoals de hotpants van tante Top. Dat alles in elkaar gezet volgens ingenieuze dessins die maakten dat mijn vader zei dat zijn moesje de ware wiskundige was van het gezin De Kroon.
Op een dag verdween de naaimachine uit de kamer en kwam er een flatscreen-televisie, allemaal tekenen van het genadeloos voortschrijden van de tijd. We keken nog met Oma naar haar fotoboeken en lieten haar bereidwillig steeds dezelfde verhalen vertellen. Ik vroeg haar vorig jaar hoe ze Opa eigenlijk had leren kennen, maar blijkbaar zat dat verhaal niet meer in haar repertoire. Ze stamelde iets over dansen en schakelde snel over naar het maken van haar trouwkostuum. Ze wees de foto aan die rechtsboven op de rouwkaart staat. Pas na de oorlog kwam de bruidsjurk in de mode zei ze, en ze vertelde wederom van de parachutestof jurken die ze voor buurvrouwen had gemaakt.
Ineens keek ze me indringend aan en zei: Jij had ook een jurk van zo’n soort stof, koperkleurig, met een beetje kant langs de kraag. Ik wist meteen over welke jurk ze het had. En toen pas begreep ik:
Mijn Oma was eigenlijk een jurkenfluisteraar.
woensdag 17 juni 2020
Oranova fragment
Dit is een voorproefje van een nieuw Oranova-verhaal:
De Basaltpoort is een reusachtige, met edelmetaal beslagen houten poort. Ik heb geen idee waartegen de poort ons zou moeten beschermen, of het zouden de Basalters zelf moeten zijn, die bij een volgend Oranova de vesting komen innemen. Er is op Kristalijn geen enkel wezen te vinden dat zo’n hoge poort rechtvaardigt.
Het openen van die poort, ‘duizend dagen’ voor het Oranova komt, was in elk geval een plechtige affaire voor mijn Venetiaanse Spiegelmaakster. Ze stond fier op de weergang van de poorttoren en daarbij hield wat afstand van wat ze ‘de rasbasalters’ noemt.
Ik stel me voor dat er een moment is, als je zo hoog op de muren staat. Een moment waarop je bent afgeleid van de drukdoenerij van het takelen en het opgewonden geroezemoes. Een moment waarop het tot je doordringt dat je helemaal alleen bent, hoog op de muur, met wind om je oren en zon op je kruin en je de gehele mensheid en al het leven van een ondoenlijke afstand aan je voorbij ziet gaan. Ze zal die rasbasalters kleingeestig vinden, in hun met goud bestikte feestgewaad. Ik zag althans dat ze zelf in haar werkkleedsel was.
Boven de poort hingen de drie ronde spiegels, deze zijn nog gemaakt door haar vader Radyan, ruim voor het vorige oranova. Ze werden losgemaakt en door een stel acrobaten met touwen en naar beneden getakeld. Er waren nogal wat toeschouwers, ze hielden hun adem in. Ze denken hier dat als één van de spiegels in scherven valt dat alleen met bloed betaald kan worden.
vrijdag 3 april 2020
Triage unit
donderdag 2 januari 2020
Over 2019
woensdag 4 december 2019
De komst van de kitten
![]() |
| Illustratie Wilfred Ottenheijm |
Dit verhaal met illustratie is eerder gepubliceerd in Zone5300 nummer 122 - najaar 2019











